MNEXT > Nieuws > Van onderzoek naar praktijk: duurzamere weekmakers in beeld

31 augustus 2026

Van onderzoek naar praktijk: duurzamere weekmakers in beeld

Een nieuwe wetenschappelijke publicatie van MNEXT en TNO laat zien hoe kunststoffen mogelijk duurzamer kunnen worden gemaakt, zonder hun flexibiliteit te verliezen. Daarmee biedt het onderzoek niet alleen nieuwe kennis, maar ook perspectief voor praktische toepassingen.

LEES DE PUBLICATIE

Weekmakers zijn stoffen die kunststof soepel en flexibel maken. In veel toepassingen zijn die nog gebaseerd op fossiele grondstoffen. Binnen het BIO-CAPPP project onderzochten MNEXT en TNO daarom duurzamere alternatieven voor traditionele weekmakers.

“Binnen dit project heeft TNO verschillende hernieuwbare weekmakers gemaakt en hebben wij die geëvalueerd in PLA om te kijken naar de effectiviteit van deze nieuwe weekmakers,” zegt Ferry Oomen, hoofdauteur van de publicatie en onderzoeker bij MNEXT.

Praktische relevantie

In het onderzoek zijn nieuwe weekmakers in PLA, een biobased plastic, getest om te beoordelen of ze een duurzaam alternatief kunnen vormen voor traditionele weekmakers. De resultaten waren veelbelovend genoeg om uit te werken in een wetenschappelijke publicatie, die nu is verschenen.

De praktische relevantie is groot. Als dit soort alternatieven goed blijft presteren, kan dat helpen om kunststoffen duurzamer te maken zonder in te leveren op flexibiliteit en verwerkbaarheid. Daarmee is dit onderzoek opnieuw een stap in de richting van duurzamere grondstoffen voor alledaagse toepassingen.

Volgens Ferry is vervolgonderzoek daarbij wel belangrijk. “Je wilt natuurlijk ook dat weekmakers niet over tijd migreren, dus dat ze eruit lekken of dat de werking minder wordt.” Vervolgonderzoek richt zich daarom onder meer op prestaties op langere termijn en de toepasbaarheid in de praktijk.

Interreg Vlaanderen-Nederland

Het BIO-CAPPP-project heeft een totaalbudget van €4,3 miljoen en wordt medegefinancierd door Interreg Vlaanderen-Nederland, het grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma met financiële steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, VLAIO, de Provincies Antwerpen, Oost-Vlaanderen en Noord-Brabant en het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.