MNEXT > Nieuws > Lessen uit het Verleden voor een Toekomst van Natuurlijke en Duurzame Bouw

8 januari 2026

Lessen uit het Verleden voor een Toekomst van Natuurlijke en Duurzame Bouw

Gebaseerd op lezingen van Neha John, onderzoeker Biobased Bouwmaterialen bij MNEXT

We leven in een tijd waarin de roep om duurzame en circulaire bouwmaterialen steeds luider wordt. Maar echte innovatie ligt niet alleen in de toekomst. Soms begint vooruitgang juist daar waar oude kennis is vervaagd; in de vergeten technieken, materialen en inzichten die onze voorouders over eeuwen heen ontwikkelden. Dit artikel verkent de verbinding tussen verleden en toekomst: tussen ambacht en wetenschap, tussen lokale wijsheid en moderne technologie. Niet om terug te keren naar het verleden, maar om twee tijdperken van kennis te verbinden: de intuïtie van toen en de technologie van nu.

 

Wat als ik je vertel dat er ooit stoffen en materialen bestonden die verboden, vergeten of verloren zijn geraakt? Niet omdat ze gevaarlijk of immoreel waren, maar omdat ze te geavanceerd, te duur of gewoon niet winstgevend waren.

Vergeten tradities in textiel en metallurgie

In 18e-eeuws Bengal maakten wevers een stof (Dhaka-moeslin) zo fijn dat er gesproken werd over “geweven lucht”. Het werd gemaakt van een zeldzame katoenplant die alleen langs de oevers van de rivier de Meghna groeide. De vezels werden volledig met de hand gesponnen en in zestien complexe stappen geweven. Het produceren van één draad kon weken duren, en een stuk stof maanden. Mughal-keizers droegen het, Europese aristocraten bewonderden het, maar het maakte de East India Company ongerust. Dhaka-moeslin paste niet in hun model van snelle, goedkope en winstgevende productie. Binnen een eeuw raakte de kennis verloren en werd de katoenplant uitgestorven. Een 2000 jaar oude traditie verdween.

Een vergelijkbaar verhaal zien we bij Wootz-staal, geproduceerd rond 300 v.Chr. in India. Het staal werd versterkt met microscopische structuren die we nu herkennen als koolstofnanobuisjes, waardoor de legendarische Damast-zwaarden hun scherpe, zelfslijpende kwaliteit en uitzonderlijke duurzaamheid kregen. Metallurgen uit Deccan perfectioneerden ijzer en koolstof in kleine kleikroezen, waardoor een microscopisch rooster van cementiet en pareliet ontstond. Dit gaf het staal het karakteristieke waterige patroon en een sterkte die duizend jaar lang ongeëvenaard bleef. Het was geen magie: het was metallurgie op het hoogste niveau. Koloniale inmenging verstoorde de lokale ijzerertsbronnen, de kruiken werden vernietigd en recepten vergeten. Zelfs vandaag kunnen we het staal analyseren, maar niet volledig repliceren. Het echte verlies was niet het legering zelf, maar de beheersing erachter. Het echte verlies was niet het legering zelf, maar het meesterschap erachter.  

Meesterschap en herinnering

Deze verhalen gaan niet alleen over textiel of metaal, maar over meesterschap en hoe fragiel dat is. Hoe vaak ruilen we diepgaande kennis in voor gemak, ambacht voor controle, en precisie voor winst? Net zoals Dhaka-moeslin en Wootz-staal verloren gingen, lopen we vandaag het risico waardevolle technieken te verliezen als we ons uitsluitend richten op massaproductie en snelheid. Geloven in de mythe dat nieuw altijd beter is. In de duurzaamheidssector gaat innovatie niet alleen over nieuwe oplossingen, maar ook over herinnering. We groeien niet langer vanuit lokale wijsheid; we comprimeren mondiale systemen top-down. En in deze top-down verschuiving verliezen we onze verbinding met plaats, klimaat, materiaal en intentie. We hebben geleerd te bouwen met gemak als uitgangspunt, zonder aandacht voor klimaat, cultuur of zorg.

Het gaat niet alleen om de vraag: “Wat is nieuw?” maar vooral om: “Wat is de moeite waard om mee te nemen?”

De waarde van natuurlijke materialen

Denk aan moderne steden: staal, glas en beton, gekloond over continenten. In theorie duurzaam, maar in de praktijk vaak kwetsbaar, energie-intensief en zonder empathie. Gebouwen van vandaag zijn ontworpen voor snelheid, niet voor klimaat of verbinding met de omgeving. Ze verzetten zich tegen de natuur, isoleren en scheiden; vaak met enorme ecologische kosten.

We zijn vergeten dat bouwen ooit een technische, ecologische en culturele handeling was. Een gebouw was een dialoog tussen mensen en hun land, gemaakt van wat beschikbaar was en gevormd door wat nodig was. Elke muur vertelde een verhaal over bodem, klimaat en mensen.

 

Daarom verdienen natuurlijke materialen onze aandacht.
Neem gestampte aarde: aarde, druk en geduld. Geen cement, geen staal, en toch functioneert het als een thermische batterij die warmte opslaat en weer afgeeft, de luchtvochtigheid reguleert, geluid dempt, brandwerend is en vrijwel geen gebonden CO₂ veroorzaakt. Constructief dragen wanden van gestampte aarde krachten over via korrelwrijving tussen miljarden deeltjes. Dit is geen primitieve techniek; dit is materiaalintelligentie.
Van de Chinese Muur tot de lemen moskeeën van Mali, van Ladakh tot de Provence: aarde is altijd een leermeester geweest. Wie luistert, leert bouwen op een manier die klimaat, cultuur en techniek met elkaar verbindt.

Structureel genie

 Stepwells Gujurat

Het structurele genie van oude bouwmeesters gaat verder dan materialen: ook vorm en structuur zijn doordacht. Neem de trapputten van Gujarat: intelligent ontworpen om water te bewaren, lucht te koelen en krachten te verdelen. Inca-muren in Cusco bewegen mee met aardbevingen in plaats van zich ertegen te verzetten. Nubische gewelven, bamboe spanten en gotische kathedralen functioneren op basis van intuïtieve berekening, ervaring en tijd; niet op formules.

Waarom hebben we deze kennis verlaten?
Omdat onze normen veranderden: bouwregelgeving, angst voor het onbekende en financiële systemen die snelheid belonen boven duurzaamheid. We zijn natuurlijke materialen en eeuwenoude bouwmethoden gaan associëren met primitief, terwijl ze juist antwoorden bevatten op enkele van onze meest geavanceerde ontwerpvragen.
Net als bij Wootz-staal en Dhaka-moeslin hebben we wijsheid omgesmolten tot iets uniform, voorspelbaar en vergeetbaar.

Herontdekking en integratie

Het goede nieuws: we beginnen ons weer te herinneren. Architecten en ingenieurs zoeken de dialoog tussen traditionele technieken en moderne hulpmiddelen, voortbouwend op de lessen die oude bouwmeesters door tijd en observatie hebben geleerd.
Digitale modellen ondersteunen het ontwerpen van klimaatadaptieve wanden van gestampte aarde en laag-koolstofwoningen, waarbij gebruik wordt gemaakt van lokale materialen en traditionele geometrieën. Het gaat niet om nostalgie, maar om integratie. We hoeven niet te kiezen tussen traditie en innovatie; we moeten simpelweg ophouden ze als tegenpolen te zien.

Dus misschien is de vraag niet: “Hoe bouwen we beter?”
Maar eerder: “Hoe herinneren we ons beter?”

Een oproep tot verandering

We leven in een tijd van klimaatcrisis, woningtekorten en ontkoppeling. Toch ligt onder onze voeten en in onze archieven een hele bibliotheek van genialiteit. Soms begint de toekomst van innovatie precies daar waar de smederij is afgekoeld. En soms zijn de meest geavanceerde oplossingen… juist de dingen die we vergeten zijn te maken.

Dus hoe voorkomen we dat kennis verloren gaat voordat we de wetenschap erachter doorgronden?