Van fossiele additieven naar veilige alternatieven
Veel additieven zijn nog gebaseerd op fossiele grondstoffen. Voorbeelden zijn bepaalde ftalaten als weekmakers, broomhoudende vlamvertragers en fluorhoudende stoffen voor water- en olieafstotende textielbehandelingen. Sommige van deze stoffen kunnen gezondheids- en milieurisico’s opleveren of zijn persistent. Tegelijkertijd moeten nieuwe additieven de vereiste functionele prestaties leveren en voldoen aan relevante regelgeving, zoals REACH.
SAFEADD speelt in op deze opgave binnen de grensregio Vlaanderen-Nederland. Het project loopt van juni 2026 tot en met mei 2029 en wordt uitgevoerd binnen Interreg Vlaanderen-Nederland. De ontwikkeling van veilige additieven moet bijdragen aan een sterkere chemische industrie, nieuwe kansen voor regionale mkb-bedrijven en een verminderd gebruik van zorgwekkende stoffen.
Onderzoek van grondstof tot demonstrator
De onderzoekers brengen eerst in kaart welke additieven in de kunststof- en textielsector kritisch of zorgwekkend zijn. Bedrijven leveren hiervoor input via vragenlijsten en workshops. Ook worden de belangrijkste toepassingen en minimale producteisen vastgesteld. Die informatie bepaalt welke additieven verder worden ontwikkeld.
In laboratoriumonderzoek worden biobased alternatieven gemaakt uit onder meer lignine, fytinezuur, biochar, vetzuren, plantaardige oliën, natuurlijke harsen en suikerderivaten. De meest veelbelovende varianten worden onderzocht op chemische en thermische eigenschappen, prestaties, toxiciteit, biologische afbreekbaarheid, recycleerbaarheid, CO₂-voetafdruk en economische haalbaarheid.
Een duurzaamheidskader brengt deze criteria samen in een interactief dashboard. Daarmee kunnen onderzoekers al vroeg in het ontwikkelproces beoordelen waar een additief goed presteert en waar bijsturing nodig is. Vervolgens worden de additieven verwerkt in kunststofproducten, textielcoatings en -finishes. Demonstratoren maken zichtbaar hoe de oplossingen in de praktijk functioneren. Ook wordt onderzocht hoe de materialen en additieven aan het einde van hun levensduur kunnen worden gerecycled of teruggewonnen.
De inhoudelijke bijdrage van MNEXT
MNEXT is penvoerder van SAFEADD en brengt kennis in over biobased polymeren en additieven voor polymeren en textiel. Onderzoekers en studenten voeren toegepast laboratoriumonderzoek uit en werken aan de ontwikkeling, karakterisering en verwerking van nieuwe additieven.
MNEXT verbindt onderzoek met onderwijs en praktijk. Studenten kunnen meewerken aan de ontwikkeling en het testen van bio-additieven, terwijl bedrijven toegang krijgen tot kennis, faciliteiten en demonstratoren. Bestaande applicatiecentra, zoals het Biopolymeer Applicatie Centre en het Joint Research Centre Breda, ondersteunen deze praktijkgerichte aanpak.
Aansluiting bij MNEXT-expertise
– Biobased additieven: SAFEADD onderzoekt additieven op basis van hernieuwbare grondstoffen als alternatief voor fossiele en mogelijk zorgwekkende stoffen.
– Biopolymeren: De nieuwe additieven worden getest in biobased en conventionele polymeren voor kunststof- en textieltoepassingen.
– Chemische recycling: Het project onderzoekt naast thermomechanische recycling ook mogelijkheden om additieven en polymeren via chemische routes terug te winnen.
– Duurzaamheid en circulariteit: Recycleerbaarheid, biologische afbreekbaarheid, toxiciteit en CO₂-voetafdruk worden vanaf het begin meegenomen in de ontwikkeling.
– Opschaling: De meest veelbelovende additieven worden opgeschaald van gramschaal naar hoeveelheden die geschikt zijn voor verdere materiaaltesten.
Naar verwachting levert SAFEADD onder meer syntheseprotocollen, testresultaten, demonstratoren en richtlijnen op voor de verwerking van biobased additieven. Het duurzaamheidskader moet helpen om ontwikkelroutes vroegtijdig te beoordelen en gerichter bij te sturen. Daarnaast worden protocollen opgesteld voor recycling en het terugwinnen van additieven uit polymeermaterialen.
Via een innovatie-vouchersysteem kunnen minimaal acht mkb- en kmo-bedrijven hun eigen toepassingen onderzoeken. Zij krijgen toegang tot kennis en expertise uit het consortium en kunnen additieven testen in relevante materialen en processen.
Grensoverschrijdende samenwerking met de praktijk
In het consortium komen veel expertises en ervaringen van bedrijven en kennisinstellingen samen, om zo tot betere resultaten te komen voor het project. MNEXT/Avans Hogeschool coördineert het project en leidt de ontwikkeling van verschillende bio-additieven en materiaaltoepassingen. VITO brengt expertise in over biobased grondstoffen, duurzame polymeren en de beoordeling van gezondheids- en milieurisico’s. Centexbel onderzoekt toepassingen in textiel en kunststof, waaronder coatings, finishes, verwerking en recycling.
Rodenburg Biopolymers brengt praktijkkennis in over biopolymeren en verwerkingshulpmiddelen. Impershield Europe test onder meer biobased vlamvertragers en weekmakers in beschermende coatings. Via workshops, bedrijfsbezoeken, demonstratoren en het innovatie-vouchersysteem blijven ook andere bedrijven uit de polymeer-, textiel- en recyclingsector betrokken. Zo sluiten de ontwikkelde oplossingen aan op concrete behoeften uit de grensregio en ontstaat een basis voor vervolgonderzoek en verdere toepassing.
juni 2026 t/m mei 2029

